VOOR PERSOONLIJK ADVIES OF

HET MAKEN VAN EEN AFSPRAAK

BEL: 079 - 316 54 66 

Klik hier om online een afspraak te maken

ALLE BETALINGEN

DIENEN PER PIN

VOLDAAN TE WORDEN

ADRES HOOFDVESTIGING:

DRIEMANSPOLDER, DUNANTSTRAAT

1153-1157,  2713 TP ZOETERMEER

DEPENDANCE:

JUSTUS  VAN  EFFENHOVE 51

2717VB ZOETERMEER

Buiten openingstijden adviseren wij voor spoed contact op te nemen met de Spoedkliniek van AniCura Specialistisch Verwijscentrum Haaglanden in Rijswijk. Tel: 085-4831300

 

 

OPEN VAN MAANDAG TOT VRIJDAG 08.00 TOT 20.00 UUR. TEL: 079 - 316 54 66

DE DRACHTIGE HOND

Uw hond is naar de reu geweest en waarschijnlijk drachtig. Wellicht is het

raadzaam u enige aanwijzingen en raadgevingen mee te geven om een zo ongestoord mogelijk verloop van de drachtigheid en bevalling te verkrijgen.

 

Het is niet nodig om de teef extra te voeren in de eerste 7 weken van de dracht. Het kan zelfs voorkomen dat de teef rond de 28-30ste dag van de dracht enige dagen weinig eet. Vanaf de 45ste dag en zolang de teef melk geeft kunt u de teef puppybrokken gaan voeren. Puppy brokken bevatten meer vitaminenen mineralen en energie. Maar past u in deze fase goed op dat de hond niet vet wordt, een te dikke/vette hond heeft sneller problemen bij de bevalling.

 

VASTSTELLEN DRACHTIGHEID

Drachtigheid bij de hond is vanaf 25 dagen na de dekking vast te stellen middels echoscopie. De  buik van de teef wordt dan geschoren, er wordt een beetje gel op de de huid aangebracht en via een apparaat wat geluidsgolven afgeeft en opvangt kan op een beeldscherm waargenomen worden of de teef drachtig is. Hoeveel vruchtjes er aanwezig zijn in de baarmoeder is echter moeilijk te zeggen. Dit komt omdat het bewegende beelden zijn. Meer zekerheid over het aantal pupjes kan gegeven worden door een röntgen van de buik te maken. Dit kan vanaf 40-45 dagen van de drachtigheid.

 

DRACHTIGHEIDSDUUR EN ONTWORMEN


Het is raadzaam om vlak voor of vlak na de bevalling uw teef éénmaal te

ontwormen. De bevalling vindt plaats tussen de 56 en 67e dag. Gemiddeld bij 63 dagen. Over het algemeen kan gezegd worden dat de dracht bij een "groter" nest korter duurt dan wanneer er minder pups geboren worden.

 

VERSCHIJNSELEN VAN DE NADERENDE BEVALLING


Ruim voor de bevalling zal u waarschijnlijk al wel zijn opgevallen dat de 

buikomvang van uw teef is toegenomen en dat ook de melkklieren opgezet zijn.

Bij niet drachtige teef kunnen de melkklieren ook opzetten, dan spreken we van schijndracht. Enige tijd voor de bevalling daalt de lichaamstemperatuur van teef beneden de normale waarden voor een hond (38,0 - 39,0). Deze periode kan enige dagen duren. Vlak voor de bevalling zakt de temperatuur zelfs vaak tot 36,5 C. Soms valt het op dat de teef een heldere, taaie, soms iets melkachtig wit slijm verliest. Dit is het teken dat de ontsluiting en de bevalling binnen 24 uur moet plaatsvinden. Vlak vóór de bevalling stijgt de lichaamstemperatuur van de teef

weer tot boven de 37,0 C. Dit is het gevolg van de toegenomen weeënactiviteit.

 

 

DE BEVALLING


Binnen enkele uren nadat het eerste vruchtwater is afgekomen, moet de eerste pup geboren zijn. Het vruchtwater kan overigens wat groen van kleur zijn. In dat geval moet de eerste pup binnen 1 uur geboren zijn. Zoniet dan dient u de dierenarts te waarschuwen. De dierenarts moet ook gebeld worden wanneer de teef 20 minuten duidelijk perst zonder dat er een pup geboren is.  Bij twijfel dierenarts bellen! De gemiddelde tijd tussen de geboorte van 2 pups is ongeveer 15 minuten. Soms heeft de teef na de geboorte van  enkele pups een pauze in de bevalling. Het kan dan tot enkele uren duren voordat de bevalling weer op gang komt.  Tijdens zo'n pauze word er niet geperst. Perst de teef wel, maar komen er geen pups, dan dient gecontroleerd te worden waarom de bevalling niet vordert, en zonodig een weeën versterkend middel te worden ingespoten (oxcytocine).

 

 

NA DE BEVALLING


De navelstreng scheurt meestal spontaan op de goede plaats af. Mocht een navelstreng toch bloeden dan kunt u deze afbinden met een stevige garendraad ontsmet met wat spiritus of betadine. Het is verstandig om ook de nageboorten (placenta's en vliezen) te tellen. Iedere pup heeft zijn eigen placenta en achterblijvende placenta's kunnen ontstekingen veroorzaken. De teef heeft de neiging om alle nageboorten op te eten. Dit instinct is om het nest schoon te houden. De teef kan wel misselijk worden als er veel placenta's opgegeten worden. Mocht de teef na de bevalling onrustig blijven, dan dient u de teef te laten controleren of zij inderdaad "leeg" is. Zonodig geeft de dierenarts haar dan oxcytocine om eventueel achtergebleven nageboorten of pups alsnog af te laten komen.

 

Het is verstandig om de pups te merken met nagellak of een gekleurd bandje en te wegen op een nauwkeurige (digitale) weegschaal. Dit moet tweemaal per dag gebeuren en het gewicht van de pups moet genoteerd worden, om de groei te kunnen volgen.  De pups mogen na de bevalling NIET afvallen. Gebeurt dit wel dan is er iets mis. Of de teef heeft te weinig melk of de pups drinken te weinig, bijvoorbeeld door een opkomende ziekte. Wanneer één of meerdere pups niet groeien of afvallen dient u de dierenarts te bellen voor overleg.

 

 

 

DE PUPS


De pups horen vanaf de geboorte dagelijks te groeien. Op 10 dagen na de geboorte gaan de oogjes open en hebben de pups normaliter hun geboortegewicht verdubbeld.

 

 

 

WORMKUREN

De pups kunnen  al via de placenta bij de moeder besmet zijn met wormen. Ook tijdens het zogen krijgen zijn wormeneitjes via de moedermelk binnen. Volgens de officiële richtlijnen dient u aan de pups op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken te ontwormen. Velvolgens elke maand tot de pups een half jaar oud zijn. Zogende teven dienen steeds met de pups mee ontwormd te worden. Daarna is het verstandig de pups regelmatig te ontwormen. Hoeveel keer per jaar hangt sterk af van de leefomstandigheden van de hond. Het is mogelijk om in de praktijk ontlasting van de hond te laten onderzoeken op de aanwezigheid van wormen/eitjes, zodat alleen wanneer dat nodig is een wormenkuur gegeven kan worden.

 

 

 

INENTINGEN


De eerste enting dienen de pups te krijgen op een leeftijd van 6 weken eventueel in combinatie met het plaatsen van een identificatie-chip. De tweede vaccinatie (Parvo, Parainfluenza en Weil) volgt als ze 9 weken oud zijn eventueel in combinatie met een kennelhoest vaccinatie. De derde enting is de Cocktail-enting volgt op de leeftijd van 3 maanden.